Op het Blariacumcollege zijn alle vormen van voortgezet onderwijs aanwezig: vmbo, havo en vwo (zowel atheneum als gymnasium). 
Jongeren kunnen dus het onderwijstype volgen dat het best bij hun mogelijkheden en belangstelling past.

HAVO/VWO

Juniorcollege havo/vwo, leerjaar 1 en 2

In de havo/vwo-onderbouw wordt van de leerlingen steeds meer zelfstandigheid verwacht. Dit is noodzakelijk gezien de hoge eisen die het studiehuis aan de studievaardigheden stelt. De leraar blijft nadrukkelijk aanwezig en vervult een sturende rol, maar daarnaast moeten de leerlingen ook van en met elkaar leren ‘leren’. Docenten gebruiken ‘activerende didactiek’.

De onderbouw havo/vwo duurt twee jaar. We beperken de onderbouw welbewust tot de eerste twee klassen en rekenen de derde klassen havo, atheneum en gymnasium tot de bovenbouw. Daarmee benadrukken we dat er in het derde jaar veel aandacht is voor de voorbereiding op de Tweede Fase. De eerste twee leerjaren staan in het teken van het achterhalen van de mogelijkheden van elke leerling en van het ontwikkelen van hun persoonlijke talenten.

Dakpanklas

Het Blariacumcollege heeft een dakpanklas. Dat is een klas waarin leerlingen zitten met een dubbel advies: t/havo of h/vwo. De docenten brengen tussentijds advies uit over het vervolgtraject: vmbo-t, havo, atheneum of gymnasium. Als er aan het eind van het schooljaar getwijfeld wordt over de keuze, dan kan de leerling toch overgaan naar de tweede klas. In de tweede klas krijgt uw kind dan een rapport op twee niveaus. Gedurende het tweede leerjaar wordt bekeken op welk niveau uw kind het daarna verder gaat.

Speerpunten

  • In de onderbouw theoretisch/havo en havo/vwo is er aandacht voor taal- en rekenvaardigheid en voor informatiekunde.
  • Ook is er de mogelijkheid lessen Anglia te volgen. Dit zijn extra lessen Engels naast de reguliere lessen. Hiermee kunnen certificaten behaald worden. Tijdens het programma ontwikkelen de leerlingen een kwalitatief hoogstaand niveau in de Engelse taal. Hiermee kunnen ze hun voordeel doen in het vervolgonderwijs en in de maatschappij.
  • Leerlingen op het vwo worden extra uitgedaagd door de academische leerlijn. Ze leren intensief wetenschappelijk werken en denken, doen wetenschappelijk onderzoek, interpreteren onderzoeksresultaten en ontdekken zo waar hun interesses en talenten liggen. Zo kunnen ze gemakkelijker een studiekeuze maken en weten ze precies wat ze kunnen verwachten van een studie aan de universiteit. In dit programma komen meerdere wetenschapsgebieden aan bod; van natuurkunde tot biologie, van taalwetenschap tot filosofie en van economie tot psychologie. Het versterkt talenonderwijs in de moderne vreemde talen biedt de leerlingen extra mogelijkheden. Voor leerlingen die bovengemiddeld presteren en/of bijzonder getalenteerd zijn in een bepaald vakgebied biedt het Blariacumcollege het excellentieprogramma aan. In dit excellentieprogramma volgt de leerling in overleg met de vakdocent en met toestemming van de ouders minder reguliere lessen. De op deze wijze vrijgekomen tijd kan dan worden gebruikt voor verbreding en verdieping. Dit kan bijvoorbeeld zijn het volgen van een extra vak, het doen van onderzoek of een masterclass volgen aan een universiteit. De invulling van dit excellentieprogramma is een vorm van maatwerk waarop de leerling zelf veel invloed heeft. Op deze wijze krijgt hij de kans om zich bezig te houden met onderwerpen die aansluiten bij het persoonlijke interessegebied of die nuttig kunnen zijn voor een vervolgopleiding. De leerprestaties in het excellentieprogramma worden bewaard in een portfolio. Leerlingen die in aanmerking komen voor dit excellentieprogramma krijgen een begeleider toegewezen, die de ontwikkeling van de leerling volgt. Regelmatig vinden er individuele gesprekken plaats waarin aan de hand van een bijgehouden logboek het leerproces besproken wordt en waar nodig bijgestuurd zal worden. Na het afronden van het excellentieprogramma krijgt de leerling een certificaat overhandigd met een omschrijving van de inhoud van het gevolgde excellentieprogramma.
  • Alle vwo leerlingen in de masterclass volgen vanaf de brugklassen lessen in klassieke vorming. Bovendien wordt er sinds augustus 2012 meer met digitale ondersteuning gewerkt zodat het nog beter mogelijk is om maatwerk te leveren.
  • Sportklas op havo en vwo: ruimte voor ambitie op sportief terrein. Naast de reguliere lessen lichamelijke opvoeding krijgen de leerlingen wekelijks extra lessen. Leerlingen sporten niet alleen méér, maar leren ook over dingen die met sport te maken hebben. Een brede sportontwikkeling, leren samenwerken en het aangaan van uitdagingen zijn belangrijke doelen van de sportklas. In de tweede en derde klas vindt verbreding en verdieping plaats. Op deze manier kunnen de leerlingen kennismaken met een mogelijk toekomstig beroepenveld. Het vak BSM (bewegen, sport en maatschappij) is een volwaardig examenvak in de bovenbouw van havo/vwo. Voor leerlingen die na de middelbare school verder willen in sportgeoriënteerde beroepen is dit vak een must!

De vwo-masterclass (brugklas- atheneum en gymnasium).

Wanneer de leerling een vwo-advies heeft gekregen op de basisschool, dan komt hij in het eerste jaar in de vwo-masterclass. Het Blariacumcollege biedt leerlingen al vanaf de vwo-masterclass de mogelijkheid kennis te maken met het gymnasiale onderwijs. Leerlingen die méér kunnen, maar vooral ook méér willen, zijn in deze klas helemaal op hun plek!

Gymnasium

Van oudsher is het gymnasium dé opleiding die gericht is op een academische vervolgopleiding. Op het gymnasium krijgen leerlingen vaardigheden aangeleerd die passen bij een kritische en onderzoekende houding. Bij het studeren aan een universiteit is dit van grote waarde. De klassieke talen Latijn en Grieks spelen een belangrijke rol in het ontwikkelen van een dergelijke houding. Door het volgen van deze talen leert men gemakkelijker andere talen en bètavakken zoals natuur- kunde en scheikunde. Men begrijpt meer van kunst, politiek, architectuur en van de mensen om zich heen.

De leerling bouwt een grote woordkennis op: niet alleen van de klassieke talen, maar ook van de moderne vreemde talen. Hij leert inzien dat heel veel woorden uit het Nederlands en uit bijvoorbeeld het Frans en Engels uit het Latijn of uit het Grieks komen.

Ook staat bij deze talen systematisch werken en logisch nadenken centraal. Bij de bètavakken, zoals natuurkunde, scheikunde en wiskunde zal deze manier van denken en werken zeker voordelen bieden. Er is ook volop ruimte voor cultuur en geschiedenis. Latijn en Grieks zijn bovendien nuttig voor veel vervolgstudies. Denk maar aan taal- en cultuurstudies, archeologie, geneeskunde, rechten, filosofie en aan allerlei exacte opleidingen. In klas 2 en 3 staan zowel Latijn als Grieks in het rooster. Aan het einde van klas 3 kan de leerling kiezen óf Latijn óf Grieks te doen, maar natuurlijk is het ook mogelijk beide klassieke talen te kiezen.

Seniorcollege havo/vwo (havo leerjaar 3 t/m 5 en vwo leerjaar 3 t/m 6)

De Tweede Fase van het voortgezet onderwijs op havo en vwo bestaat uit de leerjaren havo 3,
4 en 5 en vwo-3, 4, 5 en 6. In deze jaren sluiten de leerlingen hun opleiding af en bereiden zij zich voor op de studie aan een hogeschool of universiteit.

De lessen en de vakken blijven de basis van het onderwijs, maar het klassenverband wordt vanaf leerjaar 4 doorbroken doordat leerlingen hun eigen vakken kiezen. Leerlingen worden in dit proces ondersteund door hun vakdocenten en hun mentor of coach. Vakdocenten maken vaak gebruik van studiewijzers die het plannen vergemakkelijken en mentoren of coaches zorgen ervoor dat ze goed op de hoogte blijven van de vorderingen en de planning van de individuele leerling. Met het oog op een goede aansluiting op het vervolgonderwijs kiezen de leerlingen aan het einde van het derde leerjaar een profiel.

Naast de ruime profielkeuzemogelijkheden wordt er ook vakoverstijgend gewerkt. De meeste lessen van de bovenbouw, havo klas 3, 4 en 5 en vwo klas 3, 4, 5 en 6 (Tweede Fase), vinden plaats in de vaklokalen van het Seniorcollege. Naast het volgen van lessen werken de leerlingen aan opdrachten in de Open Leer Centra (OLC). In het moderne vreemdetalenonderwijs werken zij aan de hand van het Europees Referentie Kader. Binnen het science-project werken biologie, natuurkunde en scheikunde nauw samen.