bc logo web2015 w ssn
bc logo web2015 w ssn

excellente school 2015 2017logo big climb 2017

excellente school 2015 2017
scholenopdekaart
logo big climb 2017
phone 48   pin-b 48

Maasland

Maasland, regionale zorgvoorziening, voor vmbo en havo.

  • Lokatie: Juniorcollege
  • Teamleider: Mart Moonen
  • E-mail: mmoonen@ogvo.nl

Maasland is een regionale voorziening voor extra ondersteund vmbo en havo binnen het Samenwerkingsverband VO-SVO Noord Limburg (SWV). Maasland valt onder het reguliere onderwijs en het is een afdeling op de onderbouw van het  Blariacumcollege. Het ondersteuningsteam Maasland adviseert over de
toelating en het samenwerkingsverband dient hiervoor een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) af te geven.

De kracht van Maasland zit vooral in de kleine afdeling, het overzichtelijke en duidelijke karakter (structuur), de persoonlijke benadering en de directe begeleiding van de leerlingen. Daarnaast hebben de
docenten ervaring met leerlingen met diverse problematieken en zitten er in een klas maximaal 18 leerlingen. Het onderwijsaanbod is  gelijk aan het reguliere voorgezet onderwijs. Maasland vormt als het ware een brug tussen de relatief beschermde en overzichtelijke wereld van het basisonderwijs (sbo en so)  en de wereld van het voortgezet onderwijs met wisselende lesruimtes, meer docenten, een grotere organisatie en een groter gebouw, dat niet altijd dicht bij huis ligt. Doel van de begeleiding door het team Maasland dat de leerling op het gebied van persoonlijkheidsvorming en leergebied zover ontwikkeld dat de leerling weet waar zijn sterktes en belemmeringen liggen en hoe hij/zij daar op een goede manier mee om kan gaan. Op deze manier willen we een stevig fundament maken voor de leerling, zodat hij vervolgens de overstap naar een andere afdeling/school (makkelijker) kan maken.

Maasland is bedoeld voor leerlingen
die gemiddelde tot bovengemiddelde capaciteiten hebben maar door één of meer oorzaken (complexe problematiek) niet in staat zijn het niveau te halen dat op grond van de
intelligentie verwacht mag worden. Daarnaast is het
belangrijk dat de leerling gemotiveerd is om te leren en geen extreem externaliserend gedrag vertoont. Binnen Maasland volgt elke leerling twee jaar het onderwijs. In het tweede leerjaar wordt een advies gegeven over het vervolgonderwijs.
Samen met de leerling en u als ouder gaan wij op zoek naar de best passende plek. Dit kan zowel regulier als speciaal onderwijs zijn.

De ondersteuning van elke leerling wordt beschreven in het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). Het OPP wordt opgesteld na het ‘onderzoek povo’ en eventueel aanvullend onderzoek.
Op gezette tijden wordt het OPP geëvalueerd. Zowel de ontwikkelingen van de individuele leerling als van de groep worden door het begeleidingsteam regelmatig besproken. De mentor is de spil van de begeleiding en geeft bij voorkeur dagelijks les in de eigen groep. De begeleiding op persoonlijkheidsgebied en de algemene begeleiding op leergebied loopt altijd via de mentor; hij/zij geeft de sociale vaardigheidslessen en bespreekt in de mentoruren alle voorkomende zaken.  De mentoren en docenten worden daarom ook ondersteund door de orthopedagoog en ambulante begeleiders.

 

We hebben vier verschillende soorten activiteiten: expertles, vakles, OLC (open leer centrum) en iXport, ons sportproject.
Bij een expertles geeft de expert (de vakdocent) een instructie. Deze lessen duren kort, want ze vragen veel concentratie. Er wordt klassikaal instructie gegeven, dit gebeurt op de eigen thuisbasis.
Bij een vakles wordt er door de vakdocent in het vaklokaal op de benedenverdieping les gegeven waarbij de activiteiten elkaar afwisselen, bijv. science, gymnastiek, verzorging, kunst & cultuur. Het zijn dus expertlessen waarbij de leerling actief bezig is.
In het OLC zijn leerlingen zelfstandig bezig met het verwerken van de leerstof. De leerlingen kunnen beperkte keuzes maken: ze kunnen de werkvolgorde kiezen, ze kunnen de vakken doen in de volgorde zoals ze dat willen, ze kunnen schrijven, leren en via de computer werken afwisselen. Dit gebeurt op de thuisbasis onder toezicht van een of meerdere docenten, afhankelijk van het aantal leerlingen dat aan het werk is. Er is een beperkte samenwerking o.a. maatjeswerk, dus in tweetallen, leerlinguitleg. Het hoofdaccent ligt op dat werken aan het eigen programma. De docenten geven individueel of in kleine groepjes extra hulp. De leerling corrigeert zijn eigen werk. De controle gebeurt door de docent. De leerling werkt aan de weekplanner die elke vrijdag afgerond moet zijn. 
In de projecttijd is er sprake van een sportproject. De leerlingen maken onder begeleiding van de eigen docenten kennis met allerlei sporten. Sportinstructeurs en –trainers bieden deze activiteit aan. 

Voor leerlingen die structuurgevoelig zijn, geeft de weekplanner veel houvast. Op de weekplanner wordt vermeld wat er in de expertlessen behandeld wordt, wat de taken zijn die de leerling zelf uit moet voeren (in het OLC en/of thuis), wat de extra taken zijn als de basisstof klaar is en welke proefwerken en schriftelijke overhoringen er gepland zijn. Van te voren is dus bekend wat er die week gaat gebeuren. Elke leerling heeft zijn eigen weekplanner. 
De expertlessen zijn ten opzichte van ‘vroeger’ verkort. Het is duidelijk voor de leerling dat hij op dat moment goed op moet letten. Deze intense concentratie wordt gedurende 25 minuten gevraagd. 
Het werken in het OLC is zeer gestructureerd en aan allerlei regels en afspraken gebonden. Daardoor weet de structuurgevoelige leerling heel goed wat er van hem verwacht wordt en wat hij van de medeleerlingen en de docenten kan verwachten. Zelfstandigheid waar dat kan. 
De vaklessen lijken veel op de lessen zoals we die al langer kennen in het voortgezet onderwijs. Door de zelfstandigheid een grotere plaats te geven is het voor de leerling nog duidelijker gestructureerd. Aan de leerling wordt een weekplanner gegeven waarin de taken voor de verschillende vakken op een eenduidige manier worden aangegeven. Er komen dus minder onverwachte zaken naar voren. De leerling weet van te voren precies wat er van hem verwacht wordt. 
De projecttijd is voor de structuurgevoelige leerling een lastigere tijd. De situatie is wat vrijer en daardoor onoverzichtelijker. Het is de bedoeling dat de leerling in de twee jaren onderbouw een vrijere situatie leert hanteren en dat de leerling leert zijn gedrag daarop af te stemmen. In de bovenbouw en het mbo komen leerlingen deze situatie ook geregeld tegen; het is dus belangrijk om ook bij deze activiteit het gedrag te leren sturen.

Het restaurant en het atrium zijn op de benedenverdieping. In de lunchpauze kunnen de leerlingen daar eten. Voor sommige structuurgevoelige leerlingen kan het teveel gevraagd zijn om in het grote restaurant te lunchen. Voor deze leerlingen is er op de eigen thuisbasis de mogelijkheid om in rust met een kleine groep te lunchen. Zodra deze leerlingen het aan kunnen gaan ook zij naar beneden voor de lunch. De leerlingen van onze zorgafdeling nemen in het begin een aparte trap en gaan niet via het atrium en de grote open trap, maar nemen meteen bij de ingang de kleine trap, die alleen toegankelijk is voor leerlingen van onze afdeling en die direct in de thuisbasis uitkomt.  

Kortom: groepsgewijze instructie met individuele verwerking van de leerstof via een weekplanner. Naast het groepsgewijs werken leveren we ook maatwerk waar dat nodig is. In de periode van de onderbouw beginnen we met veel bescherming en ondersteuning en werken we toe naar steeds grotere zelfstandigheid. We leggen een stevige basis voor verder leren na de onderbouw.

De leerling wordt geplaatst in een kleine groep (maximaal 18 leerlingen). De begeleiding van elke leerling is gebaseerd op een uitgebreid ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) . Het OPP wordt opgesteld na het onderzoek zorgleerlingen en evt. aanvullend onderzoek. Regelmatig wordt dit OPP bijgesteld. Zowel de ontwikkelingen van de individuele leerling als van de groep worden door het begeleidingsteam regelmatig besproken. De mentor is de spil van de begeleiding. De mentor geeft bij voorkeur dagelijks les in de eigen groep. De begeleiding op persoonlijkheidsgebied loopt altijd via de mentor. Ook de algemene begeleiding op leergebied loopt via de mentor; die geeft sociale vaardigheidslessen en bespreekt in de mentoruren alle voorkomende zaken.

In de kleine setting van afdeling Maasland kennen alle leerlingen elkaar. De docenten van het kernteam, specialisten op het gebied van een of meer van bovenstaande problemen.

De afdeling is onderdeel van een reguliere school voor voortgezet onderwijs. Dit betekent dat de leerlingen meedoen in de reguliere school wanneer dat kan en in hun eigen afdeling opgevangen worden wanneer dat nodig is.